Veteranen verhalen
uit de NW-Veluwe
Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne

Klik op een foto voor een uitvergroting

▲▲▲▲

Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne
AARD DE LEEUW (1928)

Ook Aard de Leeuw maakte de oorlog bewust mee. In 1947 kwam hij als dienstplichtig militair op in de Saksen Weimar Kazerne en hij ging daarna voor een technische opleiding naar Utrecht. Tenslotte ging hij naar Grave voor het behalen van zijn militair rijbewijs. Eenmaal opgeleid mocht hij met zijn eenheid de reis naar Nederlands-Indië maken. Niet iedereen wilde dat graag en daarom was de spoorlijn waarlangs de trein naar Rotterdam reed bewaakt door veldwachters en marechaussee. Die moesten voorkomen dat dienstplichtigen uit de trein sprongen om zo hun dienstplicht te ontduiken.

Aard de Leeuw had het prima naar zijn zin in de Oost. Door een lange treinreis naar Bandung maakte hij kennis met het land, dat hij later als chauffeur nog vaak zou doorkruisen. Hij maakte deel uit van de 30ste compagnie AAT (Aan– en afvoer troepen). De Leeuw behoorde tot de staf en was vooral belast met personenvervoer, van en naar de haven van Batavia, Tanjun Priok. Gevaarlijk was het niet in Batavia maar er waren soms wel gevaarlijke opdrachten. Zo werd zijn drietonner ooit gevorderd voor het vervoer van niet ontplofte vliegtuigbommen of was de laadbak afgeladen met gevangen genomen rebellen. Pas op het laatst, toen de Republiek Indonesië allang was uitgeroepen, en de APRA van Westerling actief was, werd het gevaarlijk in de hoofdstad. In augustus 1950 werd De Leeuw gerepatrieerd, hij was exact twee jaar weg geweest. Terug in Nederland kon hij moeilijk aarden in de burgermaatschappij. Toen hij de mogelijkheid kreeg beroepsmilitair te worden greep hij die kans met beide handen aan. Hij werd chauffeur op de kazerne in Breda en werd al na korte tijd weer uitgezonden, dit keer naar Nieuw-Guinea.

De reis met de Super Constellation, het modernste vliegtuig van die tijd, naar Biak, duurde nog altijd drie dagen en daarna ging de reis door naar Hollandia. Hier werd De Leeuw gelegerd in het grote basiskamp van de Koninklijke Landmacht waar hij met zijn onderdeel weer het transport verzorgde voor een ieder die vervoerd moest worden. We hadden een tropenrooster en dat betekende ’s morgens of ’s middags werken en veel vrije tijd. Alles wat je nodig had, was in het kamp te vinden. We hadden er een voetbalclub, een tennisvereniging en een eigen restaurant. We werkten samen met Indische chauffeurs en ook de Papoea’s verleenden er hun diensten. Over het algemeen waren die erg intelligent. Als je iets twee keer uitlegde, wisten ze het zelf en we konden goed met ze samenwerken. De tijd in Nieuw-Guinea was voor ons een relaxte tijd. Er waren wel wat infiltraties, maar die vonden vooral in de binnenlanden plaats. Daar hoorde je niet zoveel van.

Nieuw-Guinea is een land met een enorme oppervlakte en een geweldige natuur. De legerpredikant, dominee Jensen, wilde graag een kerkje op de basis en we bespraken de mogelijkheid om hem te helpen. We hebben de kerk van de grond af opgebouwd: de stenen gebakken, een fundament gelegd en met afvalhout een casco gemaakt. Er kwam zelfs en klokkentoren op en de kerk heeft jarenlang dienst gedaan. Ook na het vertrek van de Hollanders in 1963 is de kerk intact gebleven. We scharrelden ook het interieur bij elkaar. Ik heb bij een herdenking in Nederland, de dominee later nog een keer ontmoet en toen hebben we er natuurlijk nog uitgebreid over gesproken.

De Leeuw keerde in 1955, na een periode van 2 jaar, terug naar Nederland. Een aantal dienstplichtige militairen mocht na afloop van hun periode naar Australië. Ze kregen geld om in Australië een bedrijfje te beginnen en een bestaan op te bouwen. De Leeuw herinnert zich een aantal mensen dat daar gebruik van heeft gemaakt. Zelf was hij werkzaam op verschillende kazernes in Nederland. Uiteindelijk zwaaide hij in 1983 af als Sergeant-Majoor en kon hij na dertig dienstjaren en de nodige tropenjaren met Functioneel Leeftijd Ontslag.

Inmiddels is hij op leeftijd, maar nog actief voor de Veteranen en de historische vereniging in Nunspeet. Hij organiseert en bezoekt herdenkingen en bijeenkomsten en geniet nog van de contacten die hij heeft. Ik heb veel mensen leren kennen en veel van de wereld kunnen zien. Het fotoalbum is daar getuige van. De kleine zwart-wit beelden komen als uit een andere wereld en gunnen ons een kijkje in de geschiedenis. Vissers op de uitgestrekte meren, Papoea’s uitgerust met peniskokers en een groene, vochtige wereld. Ooit was het een stukje Nederland, waar het rood-wit-blauw in top hing en waar Nederlandse militairen en bestuursambtenaren voor de handhaving van het gezag zorgden. Nederlanders brachten er hun gewoonten en cultuur en probeerden de inlandse bevolking op een hoger plan te brengen. Sinds 1963 maakt Nieuw-Guinea deel uit van de Republiek Indonesië en maken vooral Amerikaanse mijnbedrijven er de dienst uit. Nieuw-Guinea is geen kolonie meer maar of er meer vrijheid is gekomen is de vraag.