Klik op een foto voor een uitvergroting
Ook Aard de Leeuw maakte de oorlog bewust mee. In 1947 kwam hij als dienstplichtig militair op in de Saksen Weimar Kazerne en hij ging daarna voor een technische opleiding naar Utrecht. Tenslotte ging hij naar Grave voor het behalen van zijn militair rijbewijs. Eenmaal opgeleid mocht hij met zijn eenheid de reis naar Nederlands-
Aard de Leeuw had het prima naar zijn zin in de Oost. Door een lange treinreis naar Bandung maakte hij kennis met het land, dat hij later als chauffeur nog vaak zou doorkruisen. Hij maakte deel uit van de 30ste compagnie AAT (Aan– en afvoer
troepen). De Leeuw behoorde tot de staf en was vooral belast met personenvervoer, van en naar de haven van Batavia, Tanjun Priok. Gevaarlijk was het niet in Batavia maar er waren soms wel gevaarlijke opdrachten. Zo werd zijn drietonner ooit gevorderd voor het vervoer van niet ontplofte vliegtuigbommen of was de laadbak afgeladen met gevangen genomen rebellen. Pas op het laatst, toen de Republiek Indonesië allang was uitgeroepen, en de APRA van Westerling actief was, werd het gevaarlijk in de hoofdstad. In augustus 1950 werd De Leeuw gerepatrieerd, hij was exact twee jaar weg geweest. Terug in Nederland kon hij moeilijk aarden in de burgermaatschappij. Toen hij de mogelijkheid kreeg beroepsmilitair te worden greep hij die kans met beide handen aan. Hij werd chauffeur op de kazerne in Breda en werd al na korte tijd weer uitgezonden, dit keer naar Nieuw-
De reis met de Super Constellation, het modernste vliegtuig van die tijd, naar Biak, duurde nog altijd drie dagen en daarna ging de reis door naar Hollandia. Hier werd De Leeuw gelegerd in het grote basiskamp van de Koninklijke Landmacht waar hij met zijn onderdeel weer het transport verzorgde voor een ieder die vervoerd moest worden. We hadden een tropenrooster en dat betekende ’s morgens of ’s middags werken en veel vrije tijd. Alles wat je nodig had, was in het kamp te vinden. We hadden er een voetbalclub, een tennisvereniging en een eigen restaurant. We werkten
samen met Indische chauffeurs en ook de Papoea’s verleenden er hun diensten. Over het algemeen waren die erg intelligent. Als je iets twee keer uitlegde, wisten ze het zelf en we konden goed met ze samenwerken. De tijd in Nieuw-
Nieuw-
De Leeuw keerde in 1955, na een periode van 2 jaar, terug naar Nederland. Een aantal dienstplichtige militairen mocht na afloop van hun periode naar Australië. Ze kregen geld om in Australië een bedrijfje te beginnen en een bestaan op te bouwen. De Leeuw herinnert zich een aantal mensen dat daar gebruik van heeft gemaakt. Zelf was hij werkzaam op verschillende kazernes in Nederland. Uiteindelijk zwaaide hij in 1983 af als Sergeant-