Veteranen verhalen
uit de NW-Veluwe
Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne

Klik op een foto voor een uitvergroting

▲▲▲▲

Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne
CORNEE HEIJ (1974)

Cornee Heij behoorde in 1992-9 tot de rekruten van de nieuw opgerichte Luchtmobiele Brigade. In plaats van zijn dienstplicht tekende hij een overeenkomst als BBT-er. ‘Als ik dan toch in dienst ga, dan wil ik het ook goed doen,’ was zijn motto, dus koos hij voor een beroeps bepaalde tijd bij Defensie. Als 17-jarige kwam hij bij de eerste lichting van de Luchtmobiele Brigade die hun felbegeerde rode baret maar al te graag wilden behalen. ‘Het was een fanatieke club en het kader bestond uit Mariniers en Commando’s.
De lat voor de opleiding lag hoog en van de 200 rekruten slaagden er maar 120. Voor Cornee Heij was het een mooie periode, hij werd opgeleid tot ‘dragon’ schutter. De opzet van de Luchtmobiele Brigade was dat een relatief kleine, goedgetrainde legermacht werd opgeleid voor het werken achter vijandelijke linies, waar ze met helikopters gebracht en gehaald zouden worden. De soldaten waren stuk voor stuk goed getrainde infanteristen. Cornee ontving zijn rode baret uit handen van de toenmalige minister van Defensie Relus ter Beek, die aan de basis stond van de oprichting van de nieuwe eenheid.

Begin 1993 werd de Luchtmobiele Eenheid paraat en er werd maximaal geoefend in het buitenland. Vanaf het eerste moment was het de bedoeling dat de Brigade naar het buitenland zou worden uitgezonden, in eerste instantie naar Cambodja om de daar gelegerde mariniers af te lossen, maar de bestemming werd plotseling Bosnië. De nieuwe eenheid, Dutchbat 1 genoemd, werd naar vliegveld Tuzla gezonden en de militairen kwamen midden in Bosnië in een door Serviërs omringd gebied terecht. Het peloton van Cornee Heij ging naar Srebrenica en buitenpost Bravo 6. Het was een groot gebied dat onmogelijk in zijn geheel door de kleine eenheid kon worden bewaakt. Het gebied bij Tuzla was bezaaid met duizenden mijnen.

In 1994 werd Bosnië nog gedomineerd door de strijdende partijen en de Nederlanders hadden tijd nodig om zich in het gebied te vestigen. Er moest materieel en voorraden naar de UN posten worden gebracht en de logistiek werd ernstig gestoord door obstakels en Road Blocks. ‘Ook bij verlof was het maar de vraag of je op de bestemming aankwam. Je leefde van dag tot dag’, zegt Cornee, die goed met de onzekerheid kon omgaan. Na 2½ maand werd het peloton waartoe hij behoorde overgeplaatst naar Simin Han in de zogenoemde Sapna vinger. Er werd voortdurend een strategisch spel gespeeld met provocaties en machtsuitoefening. De ongeregelde legers van Bosniër en Serviërs provoceerden niet alleen elkaar maar ook de troepen van Unprofor. Soms werd de hulp ingeroepen van de Luchtmacht die met F16’s hun aanwezigheid kwamen demonstreren en soms van kwamen Deense troepen die met Leopard Tanks waren uitgerust te hulp. ‘De Bosniërs beschouwden het als hun ‘eigen oorlog’ waar we ons niet teveel mee moesten bemoeien’ zegt Cornee ‘maar soms lagen we dicht bij de frontlinie tussen de verschillende legers in. Onze posten werden soms beschoten. Overal in het gebeid waren de sporen van zuiveringen en vernielingen zichtbaar en hoewel het een prachtig land is, was er veel kapot gemaakt. Van de huizen bleef soms alleen een schoorsteen over en was de rest platgebrand. Mensen die jarenlang buren waren geweest werden vijanden geworden en waren bang voor elkaar.’ ‘We hebben veel mortierbeschietingen op het vliegveld en onze posten meegemaakt. De bevolking was gevormd door de strijd en hadden veel schade en diepe littekens opgelopen. Wij kwamen er betrekkelijk onbevangen in, wel goed voorbereid maar toch erg onder de indruk van de haat en de onderlinge strijd.

Hoewel het niet altijd even gemakkelijk was, is Cornee Heij blij met de ervaringen die hij heeft opgedaan. ‘Ik heb ervoor gekozen om beroepsmilitair te worden en uitgezonden te worden en ik zou de ervaring voor geen goud willen missen. Uiteraard hebben die ervaringen me gevormd, maar daar is niets mis mee.’ Terug in Nederland, Dutchbat 1 werd afgelost door Dutchbat 2, tekende Cornee nog één jaar bij om bij de opleidingen te gaan werken. Hij werd ingezet bij de training van nieuwe militairen die op hun beurt de tocht naar Joegoslavië zouden maken en kon zijn ervaring daarbij goed gebruiken. ‘Het waren intensieve jaren, waarbij we gemiddeld wel drie weken per maand op oefening waren en ik heb er veel geleerd. Telkens kregen we de uitdaging onze grenzen te verleggen met parachutespringen, bergbeklimmen, duiken en andere sportieve uitdagingen. ‘Er is veel veranderd’, zegt Cornee. ‘Wij sliepen nog met acht mannen op één kamer, tegenwoordig hebben ze tweepersoons slaapkamers met douche tot hun beschikking. Ook noviteiten als mobieltjes of email waren nog niet beschikbaar.‘

Nadat hij Defensie verliet ging Cornee bij Schuuring in Harderwijk aan het werk. ‘Dat was zwaar werk maar waarschijnlijk had ik dat even nodig. Daarna kon ik de overstap maken naar de gemeente, waar ik al bijna 12½ werk. Bij de gemeente Harderwijk heb ik een gevarieerde functie. Ik ben toezichthouder bos- en buitengebied en daarnaast facilitair medewerker. Onze afdeling maakt het mogelijk dat anderen hun werk goed kunnen uitvoeren. Ook voor natuurmonumenten werk ik als boswachter. Daarnaast heb ik sinds 1996, samen met een paar oud-collega’s een outdoor bedrijf, GBA-events voor het organiseren van evenementen. We hebben een flinke loods met materialen en goede contacten met Defensie. Voor verschillende doelgroepen organiseren we buitenactiviteiten. Zo kan ik mijn kennis en ervaring die ik bij Defensie heb opgedaan bijhouden en op een positieve manier aanwenden. ‘Natuurlijk ben ik veteraan, maar het voelt nog niet altijd zo. Wel wil ik actief zijn in die wereld en er op mijn manier een bijdrage aan leveren.

Veteraan zijn is een status om trots op te zijn. Ik deel die ervaring met duizenden anderen, jong en oud, die allemaal buitenlandse missies hebben uitgevoerd in dienst van Nederland. Soms onder gevaarlijke omstandigheden, soms ook op een relatief rustige plek. Maar allemaal hebben ze hun steentje bijgedragen en risico’s gelopen.