Veteranen verhalen
uit de NW-Veluwe
Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Veteranen op woonplaats Afghanistan Albanië Bosnië Indonesië vm Joegoslavië Korea Kosovo Kroatië Libanon Macedonië Mali Nieuw-Guinea Oekraïne

Klik op een foto voor een uitvergroting

▲▲▲▲

Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Veteranen op woonplaats Afghanistan Albanië Bosnië Indonesië vm Joegoslavië Korea Kosovo Kroatië Libanon Macedonië Mali Nieuw-Guinea Oekraïne
HARRY KONINGS (1951)

Mijn uitzending naar Bosnië
Het boeiende verhaal van luitenant-kolonel b.d. Harry Konings. “Op 26 april 1995 realiseerde ik me in legerplaats Ossendrecht dat we met 20 officieren van landmacht en luchtmacht naar het voormalige Joegoslavië afreizen, om daar als VN waarnemer voor zes maanden aan het werk te gaan.

Echte werk
Ik had tot op dat moment allerlei functies binnen de KL vervuld, maar het – in mijn ogen – echte werk nog niet gedaan. Het echte werk was voor mij werken als officier in een conflictgebied, zoals het Midden Oosten, Afrika of de Balkan.
In Den Haag werkte ik bij Directie Materieel en vroeg me vaak af waarom ik eigenlijk militair was geworden. Vanaf 1991 werden steeds meer collega’s en eenheden uitgezonden naar het voormalig Joegoslavië en in die periode werkte ik in Den Haag bij de DMKL, als hoofd van het bureau vuursteun munitie. Ik besefte dat ik niet in aanmerking kwam om in een van de Nederlandse bataljons te worden uitgezonden: daar waren geen plaatsen voor een Nederlandse luitenant-kolonel. Toen de kans om als VN waarnemer aan de slag te kunnen zich aandiende, greep ik die met beide handen aan.

Opleidingstraject
Het eerste deel van de opleiding vond plaats op het IDL, waar een scala aan lessen werd gegeven zoals kennis van het gebied en de bevolking en de achtergronden van het conflict. Tijdens de opleiding leerde ik mijn nieuwe collega’s kennen. Een gemengd gezelschap van lucht- en landmacht. We waren niet allemaal vrijwillig en degenen die aangewezen waren, hadden in het begin niet al te veel begrip voor de vrijwilligers. Na de opleiding in Clingendael gingen we in januari 1995 naar het CVV in Ossendrecht voor een missie gerichte opleiding. We kregen lessen als: mijnen, boobytraps, preventieve hygiëne, NBC, kennis van het gebied, veel ZHKH, onderhandelingstechnieken en ontvingen onze uitrusting. De laatste dag van de cursus was een open dag, waarbij onze directe familie werd uitgenodigd.

Het vertrek
Op 25 april brachten Marga en de kinderen mij naar Harderwijk, vanwaar ik samen met Jos Gelissen, één van de latere Nederlandse gijzelaars, naar Ossendrecht werd gebracht. We kozen er bewust voor onze gezinnen niet mee te laten gaan naar Ossendrecht. Afscheid nemen had veel impact en het was niet verstandig je gezin die avond laat terug te laten rijden. Na het ontbijt de volgende ochtend, laadden we onze spullen in een bus waarmee we naar het vliegveld van Ossendrecht werden gebracht, waar we met een F27 Troopship naar Zagreb vlogen.
 
Vlucht naar Zagreb
Na de landing passeerden we de Kroatische douane en gingen daarna naar de aparte UN terminal Pleso. We werden daar opgewacht door een Nederlandse UNMO, die ook de beheerder van het UNMO huis was, en ons wegwijs maakte. Met een bus reden we naar het UNMO huis, dat in een buitenwijk van Velica Gorica lag. Een groot, enigszins verwaarloosd huis, maar prima te gebruiken, al was het met 20 UNMO’s wel erg vol. De verdeling van de slaapruimtes was het eerste wat er gebeurde, maar ik kwam als laatste binnen en had dus geen keuze meer.

UNMO Sarajevo mei - oktober 1995
In deze periode viel ik als UNMO (United Nations Military Observer) onder een apart commando omdat VN waarnemers onafhankelijk moesten zijn, zodat we objectief over de strijdende partijen verslag konden maken. We waren ongewapend met alleen een helm, diplomatiek paspoort en medical kit. Sommige van onze Aziatische collega’s hadden geen helm, geen flack jacket, geen medical kit, en vooral een uitermate slechte voorbereiding en motivatie. Zij deden hun werk gewoon niet. Als teamleader was ik verantwoordelijk voor het oude centrum van de stad, de daarom heen liggende buitenwijken en de aangrenzende bergen. Daartoe voerde mijn team patrouilles uit binnen de AOR (Area of Responsibility), bemande een waarnemingspost in de bergen aan de zuidzijde van de stad en melde de aanwezigheid en gebruik van zware wapens, schendingen van bestanden en beschietingen van burgerdoelen. Er was regelmatig overleg met de commandanten van het Bosnische leger en de diverse politiechefs in de AOR. Ook moesten we proberen de strijdende partijen uit elkaar te houden en aan tafel te krijgen. Dat laatste was in Sarajevo een onmogelijkheid. Zelfs op het hoogste politieke niveau was men niet in staat om de Serven en de moslims aan één tafel te krijgen. Wij overlegden met de lokale politie, civiele autoriteiten, doctoren en verplegend personeel in ziekenhuizen, maar spraken ook met de burger bevolking. Er was geen contact met het thuisfront mogelijk; geen satelliettelefoons, geen mobieltje, het telefoonverkeer lag plat en Internet was er nog niet. Mijn vrouw en twee dochters hadden hier veel last van. Ze kwamen er door TV beelden pas achter dat ik in Sarajevo zat!

Dagelijkse ellende
Het was iedere dag hetzelfde, beschietingen, ellende, honger, dorst en een slecht draaiend team. We hadden een prima toelage, maar konden niets uitgeven. Ik betaalde de bewoners in Duitse Marken, maar de wasmachine deed het niet omdat er geen stroom in de stad was. Door een aggregaatje konden we onze accu’s en radio’s enigszins opladen. Ik had 3 jeeps, maar weinig diesel zodat ik ze maar mondjesmaat kon inzetten. Ik moest zelf zorgen voor oplossingen wanneer reddingsoperaties noodzakelijk werden, want de VN deed niets. Traumatisch voor de bevolking waren de talloze snipers in de stad. Wanneer ik naar het Hoofdkwartier moest, reden we zo hard mogelijk over de ‘Sniper Alley’. Op elk moment van de dag werd er op willekeurige momenten geschoten, de bevolking werd helemaal gek van de zenuwen. In augustus kregen we het drama over Sbrenica mee en de gevolgen van door Bosnische Kroaten uitgevoerde ‘Operatie Storm’ in de Krajina’s.

28 augustus 1995 Marktincident Sarajevo
Het was op de verjaardag van mijn jongste dochter, toen het 2e marktincident in Sarajevo plaats vond. Zoals gewoonlijk reed ik die ochtend naar het UNMO HQ van de sector Sarajevo in de stad. Honderden mensen proberen nog wat inkopen te doen, speciaal in en bij de overdekte markthallen. Rond 10.30 uur was ik terug in de team base, waar ik direct werd geconfronteerd met een melding, dat er in het centrum van de stad granaat explosies waren geweest. De politie had om een UNMO team gevraagd. Op het politiebureau hoorden we dat er een granaat explosie was geweest in de belangrijkste winkelstraat, niet ver van de plaats waar een jaar geleden het marktdrama plaatsvond. Met het politieteam reden we erheen en zagen er een ware chaos. De op straat liggende slachtoffers werden met allerlei soorten vervoermiddelen naar het ziekenhuis gebracht. Terwijl we stonden te wachten, duidelijk herkenbaar als UN militairen, kwamen mensen naar ons toe en begonnen ons uit te schelden. Wij hadden het moeten voorkomen, wij hadden de bevolking van Sarajevo voor de zoveelste keer in de steek gelaten. Ik kon hun geen ongelijk geven want de situatie was met geen pen te beschrijven.

Trechteranalyse
Nadat de slachtoffers waren weggehaald, onderzochten we de locatie nauwgezet op granaatscherven, de staart van de mortiergranaat werd apart gelegd, en alles genoteerd. Na de reconstructie was onze mening dat er één Servische granaat op straat was terechtgekomen. We konden van de krater de invalshoek van de granaat met redelijke zekerheid vaststellen. Het was alsof ik meedeed aan een film, of dat ik droomde, maar ik deed kalm en exact wat er van mij werd verlangd, ondanks het feit, dat veel mensen vragen aan mij stelden en dat filmploegen en reporters (o.a. van CNN) mij een interview probeerden te ontlokken. Ik ging nergens op in, omdat ik in de maanden daarvoor al genoeg had van alles wat met de pers te maken had. Nadat we ons werk op de plaats van de explosie hadden voltooid en alles hadden vastgelegd in een ‘crater analysis report’, reden we naar het ziekenhuis, om daar het onderzoek verder voort te zetten. Dit deel van ons werk, was het meest verschrikkelijke om te doen. Aangezien de moslim UNMO’s in mijn team zich zoveel mogelijk van dit werk probeerden te drukken, kwam deze taak bijna volledig op de UNMO’s uit de NAVO landen terecht.

Leed
De situatie bij het ziekenhuis was er een van grote paniek. Er stonden tientallen mensen bij de ingang en ook bij het mortuarium. Mensen probeerden erachter te komen of er familieleden of vrienden bij de doden of gewonden waren. Op dat moment was er sprake van zo’n 100 gewonden en ruim 40 doden. De situatie in het mortuarium was onvoorstelbaar. Wat ik op de weg daarnaar toe ook maar had kunnen bedenken, was slechts een flauwe afspiegeling van het horror scenario dat we daar aantroffen: 42 doden, mannen, vrouwen, kinderen, door elkaar heen gegooid. Uitwendig was ik ijzig kalm, inwendig huilde ik.

Voortgang onderzoek
Samen met het politieteam, de rechter en mijn tolk reden we naar een grote vergaderzaal. Hier was een groot aantal mensen bijeen: een door de regering samengestelde onderzoekscommissie, met als doel de beschieting tot op de bodem uit te zoeken. Het lag in de bedoeling dat ik deel uit zou gaan maken van deze commissie, aangezien je als VN waarnemer heel erg zorgvuldig om moest gaan met het beginsel van onpartijdigheid, gaf ik aan eerst te overleggen met mijn directie commandant, de Senior Military Observer in Sarajevo. Ik kreeg toestemming om aan het onderzoek mee te werken, maar mocht geen officiële verklaringen afleggen welke van de strijdende partijen de granaten had verschoten. Voor mij was op dat moment al duidelijk, dat de Serven dit hadden gedaan, maar er gingen ook al stemmen op dat de Bosnische strijdkrachten dit zelf hadden gedaan om een internationaal ingrijpen in Bosnië te forceren.

Geknapt
De commissie was niet blij met mijn rol en begon mij onder druk te zetten om toch te handelen zoals zij dat wilden. Op een gegeven moment werd het zo erg dat men mij persoonlijk begon aan te spreken op mijn verantwoordelijkheid als UN en NL militair en het zo draaide, dat ik degene was, die de gebeurtenissen van die dag had moeten zien te voorkomen. Toen knapte er iets in mij. Ik deelde kort mee dat ik zou weggaan, als de vergadering in deze richting verder zou gaan en men het dan geheel zonder VN zou moeten doen. Na hervatting van de vergadering bleek dat de commissie alsnog instemde met mijn rol. Ik legde mijn verklaring neer met de gegevens over de Servische munitie, ballistische gegevens en de verklaringen van mijn eigen UNMO’s. Men wilde dat we rapporteerden dat het mogelijk de Bosnische strijdkrachten waren die hadden geschoten, maar ik rapporteerde naar UNPROFOR commander Rose mijn bevindingen dat het een Servische granaat was. Doodmoe en helemaal leeg reed ik naar het UNMO HQ waar ik mijn verslag uitbracht.

29 augustus 1995
Ik reed weer naar het gerechtsgebouw om het onderzoek verder af te ronden. Het ergste was het doornemen van alle foto’s, die in alle details toonden wat die ene granaat had aangericht. Vervolgens bedankte de onderzoeksrechter me en verzekerde me dat hij vond dat de UNMO’s en ik in het bijzonder uitstekend werk hadden verricht. Die avond kwam er opnieuw een melding van een explosie in een woonwijk vlakbij het centrum. Onmiddellijk reden we naar die plek, waarom ik zelf weer meeging weet ik niet precies meer. Ik had het gevoel, dat ik nu alles wilde zien wat er gebeurde. Op de plaats aangekomen, bleek dat er een raket was neergekomen op het plein naast een flatgebouw, waar net op dat moment een aantal kinderen aan het spelen waren. Twee van hen waren gewond en een jong meisje was dood. Het was verschrikkelijk. Na alles te hebben genoteerd zijn we naar het ziekenhuis gereden. Allereerst naar het mortuarium, waar het dode meisje lag. Op dat moment dacht ik aan mijn eigen kinderen, ver weg in Nederland.

30 augustus 1995 – NAVO bombardementen
We reden vervolgens naar het HQ om onze rapportage in te leveren en kregen daar te horen, dat we als de donder terug moesten naar onze team base, aangezien er die nacht NATO bombardementen werden verwacht. Vannacht om 02:00 uur begonnen de NATO luchtaanvallen. Ook vuren Britse en Franse kanonnen /mortieren vanaf Mt Igman (Sarajevo) op Bosnisch-Servische doelen. Wij hadden volledige restriction of movement en de verloven gingen niet door.

In april 2011 is Ante Gotovina veroordeeld tot 24 jaar cel door het Joegoslavië-tribunaal.Tribunaal
In 1996 werd ik gevraagd mee te werken aan het Joegoslavisch Tribunaal. In mijn incidentenrapport stond alles wat er in de afgelopen periode was voorgevallen en het Tribunaal kreeg dit onder ogen. Het bleek zinvol want in 2007 werd generaal Milosevic (niet dezelfde) commandant van de Bosnisch-Servische troepen rond Sarajevo ondervraagd. Later, in de periode 2008–2009 stak ik heel veel tijd binnen het ICTY om als getuige-deskundige in de zaak van generaal Gotovina, de Kroatische commandant van Operatie Storm, mijn kennis te delen. Van hem had ik alle bevelen en orders gelezen zoals doelenlijsten waarin coördinaten van een hospitaal waren opgenomen. In 2009 wilde Karadic in Scheveningen mij spreken om mij te overtuigen dat de dodelijke afgeschoten mortiergranaat door moslims was afgevuurd. In 2010 kreeg ik in het Tribunaal een terugslag en besloot hiermee te stoppen.

Na een psychiatrische behandeling gedurende 3 maanden in het Militair Hospitaal (Utrecht) kreeg ik nog verschillende keren een terugslag. Intussen ben ik helemaal van de drank af. Uiteindelijk moet ik concluderen dat de nazorg door Defensie bij terugkeer uit Bosnië niet goed was, maar nadat ik was ingestort, optimaal was.

Daarnaast is het vermelden waard dat ik in 2011 het gewondeninsigne heb gekregen. Dat heeft mij uiteindelijk ook enorm geholpen. Mijn vrouw en ik zijn Defensie eeuwig dankbaar voor wat ze mij allemaal hebben geboden.