Veteranen verhalen
uit de NW-Veluwe
Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne

Klik op een foto voor een uitvergroting

▲▲▲▲

Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne
ROB TRIESSCHEIJN (1928)
 
Rob Triesscheijn begon zijn carrière, net als veel andere militairen, als dienstplichtige. Hij werd geselecteerd voor de commando-opleiding. Hij behoorde tot een van de eerste lichtingen commando’s van na de oorlog en was net zo’n beetje klaar met de opleiding toen het conflict in Korea uitbrak. Rob besloot zich als vrijwilliger aan te melden en kwam, omdat hij administratieve ervaring had, bij de staf terecht. Omdat bleek dat administratie toch niet datgene was wat hij zocht, meldde hij zich aan voor een andere functie en werd lid van een inlichtingeneenheid.

Zo’n eenheid bestond uit een chauffeur, een sergeant en een korporaal en hij had een zelfstandige functie. Dat was ook een belangrijke les die Triesscheijn in dienst leerde, ‘zorg dat je een leuke functie krijgt en zorg er voor dat je niet bij de grote groep hoort maar iets speciaals doet.’ De inlichtingeneenheid van Triesscheijn, behorende bij sectie 2, had in het Koreaanse veld een vrije rol. Hun taak was inlichtingen te verzamelen in het achterland, achter de linies, omdat de vijand veel mogelijkheden had om daar te infiltreren. Dat achterland was grotendeels verlaten, omdat de bevolking massaal op de vlucht was geslagen en de eenheid van Triesscheijn had er relatief gemakkelijk werk. ‘Ik ben in die hele periode nooit één infiltrant tegengekomen,’ zegt Triesscheijn nu ‘en bang ben ik nooit geweest.

Hooguit voelde het onaangenaam als we eens onder vuur kwamen te liggen’. Toch zijn er uitermate gevaarlijke periodes geweest tijdens zijn diensttijd. Ooit kwam zijn patrouille in een mijnenveld terecht waar mortiermijnen links en rechts ontploften. Een collega kwam om het leven, zelf liep hij een enkele scherf op in zijn rug. Triesscheijn werd opgenomen in M.A.S.H, het Amerikaanse hospitaal te velde, en genas spoedig. Tijdens een grote aanval van Chinezen op het Nederlandse Detachement in Hoengsong, was de eenheid van Triesscheijn voor een opdracht afwezig, er kwamen ruim twintig Nederlanders om het leven.

Triesscheijn liep wekelijks twee tot drie patrouilles met een gemiddelde lengte van zo’n dertig kilometer en heeft dus heel wat voetstappen in Korea staan. ‘Dienst doen is vooral veel wachten’ weet hij, ‘het is dus belangrijk te zorgen dat je iets interessants te doen hebt’. En dat was er. Bij het inlichtingenwerk werden zelfs granaatkraters bestudeerd om er informatie uit te halen. Na terugkeer in Nederland wilde Triesscheijn niet terug naar zijn voormalige werkgever, een zakenbank, maar hij besloot in het leger te blijven. Hij werd instructeur bij de Opleiding Onderofficieren in Weert, de latere Koninklijke Militaire School, en kon als commando en oorlogsveteraan datgene overdragen waar het om gaat in het leger.

Na twee lichtingen te hebben opgeleid, hield hij ook dit voor gezien en hij kon een functie krijgen als persfotograaf bij defensie. De persdienst SHAPE waarbij hij werkte stond onder Amerikaanse leiding en er werkten mensen met verschillende nationaliteiten. Triesscheijn reisde heel Europa door, bezocht de Amerikaanse vloot en maakte met zijn apparatuur honderden foto’s.

‘Toch was ik geen goede persfotograaf’, zegt Triesscheijn, ‘ik koos vaak de verkeerde plek en fotograferen was niet zo gemakkelijk als tegenwoordig.’ Terug in Nederland werd hij instructeur bij de School Reserve Officieren Infanterie in Ermelo om later over te stappen naar de School Militaire Inlichtingen Dienst in Harderwijk. Daar kreeg hij een functie bij de BIMA, Beeld Interpretatie Militaire Aardrijkskunde waar luchtfoto’s en beeldmateriaal geanalyseerd en geïnterpreteerd werden. Hier werd bijvoorbeeld bekeken welk materiaal op welke bodem ingezet kon worden.

Rob Triesscheijn ging in 1986 in de rang van kapitein met Functioneel Leeftijds Ontslag. Hij had een lange en boeiende carrière bij de landmacht achter de rug, maar was toch niet echt een beroepsmilitair geworden. ‘In mijn tijd wisten ze niet wat posttraumatische stress was, dus ik heb er ook nooit last van gehad’, zegt Triesscheijn nuchter. ‘Ik heb, hoewel het ook niet altijd mooie dingen waren, veel van de wereld gezien en dat maakt het de moeite waard.

De diensttijd ligt ver achter me en ik heb niet zoveel met veteranen. Ik wil nog wel eens naar een bijeenkomst om een collega te helpen die dat zelf niet meer kan, maar zonder mij gaat het ook wel door’. Dat illustreren ook de honderden foto’s uit de Korea-tijd. Nooit ingeplakt, na vijftig jaar nog steeds in een doosje.