Veteranen verhalen
uit de NW-Veluwe
Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne

Klik op een foto voor een uitvergroting

▲▲▲▲

Welkom Veteranen op alfabetische volgorde Afghanistan Bosnië Indonesië Korea Kroatië Libanon Macedonië Nieuw-Guinea Oekraïne
ROB VAN DER STAR, KORPS SPECIAL TROEPEN (1925)

Robby van der Star maakte deel uit van het roemruchte en veel besproken Korps Speciale Troepen dat onder leiding stond van Kapitein Raymond Westerling. ‘We kwamen overal waar problemen waren die de andere KL of KNIL-onderdelen niet zelf kon oplossen’ zegt Van der Star, ‘en als het nodig was werden we binnen korte tijd naar een brandhaard gevlogen’. In een nauwkeurig bijgehouden document weet Van de Star nog exact de data en plaatsen van de patrouilles die hij meemaakte. Robby van de Star was een Indische jongen. Zijn grootvader was als koloniaal vanuit Harderwijk naar Nederlands-Indië vertrokken en daar na zijn diensttijd planter geworden. Robby groeide op in het plantersbedrijf totdat de oorlog uitbrak. Zijn vader overleed in een kamp en ook zijn moeder overleefde de oorlog niet. Robby ging in het verzet en werd pas aan het einde van de oorlog geïnterneerd. Toen hij, vanwege het overlijden van zijn moeder, met een kort verlof mocht, dook hij onder bij een bevriende familie en kwam zo door de oorlog.

Direct na de oorlog volgde nieuw onheil, de Bersiap periode, omdat na het vertrek van de Japanners een machtsvacuüm ontstond. De Japanners waren verslagen maar waren nog in het land, de geallieerden waren numeriek zwak en jonge Indonesiërs maakten zich op voor zelfstandigheid. Het Nederlandse leger was nog niet aanwezig.

Het was een onduidelijke en gevaarlijke situatie, waarbij vooral de Indische-Nederlanders en Chinezen gevaar liepen. Tijdens de Bersiap periode zijn er duizenden omgebracht. Net als voor veel landgenoten was het leger een uitkomst voor Robby die in eerste instantie bij de Militaire Luchtvaart aan het werk ging. Eind 1947 ging hij over naar het KNIL en begin 1948 kwam hij bij het Korps Speciale Troepen. Hij onderging een basis commando-opleiding, werd opgeleid tot radiotelegrafist en motorordonnans en volgde tussendoor de parachutistenopleiding. Westerling was niet alleen streng voor zijn tegenstanders, onder zijn eigen troepen heerste een ijzeren discipline. De manschappen van Westerling werden ingezet om gebieden te zuiveren van intensieve guerrilla-activiteiten, en Van der Star had het ondanks de zware dienst naar zijn zin. Het werk was zwaar, gevaarlijk en bij tijd en wijle spannend, maar het was zeker de moeite waard. Vooral omdat de bevolking vaak erg te lijden had van guerrilla's en bendes die de gebieden terroriseerden. Robby van der Star maakte deel uit van de bezettingsmacht van Jogjakarta tijdens de tweede politionele actie, maar zijn onderdeel werd snel weer elders ingezet. Het commando was inmiddels overgenomen door Luitenant-Kolonel Van Beek, die onder zijn manschappen minder populair was.

Voor de gevechtsleiding was die beter aan te sturen dan de eigenzinnige Westerling. Van de Star heeft veel baat gehad van de Maleise taal die hij sprak, waardoor hij gemakkelijk contacten kon leggen en communiceren. Dit zowel met de bevolking als met de tegenstanders die hij in het veld tegenkwam. Bovendien kon hij nog eens wat regelen als het ging om voorraden of rantsoenen en dat was soms meer dan welkom. Overigens waren veel soldaten van de Speciale Troepen van Indische of Molukse afkomst. Met het Korps Speciale Troepen is Van der Star ruim 1½ jaar actief geweest en hij heeft deel genomen aan 29 gewapende acties en patrouilles over geheel Java en Midden– en Oost Sumatra. Op 27 december 1949 vond de overdracht naar de Republiek Indonesië plaats en werden de Speciale Troepen onder begeleiding van een gewapend konvooi, naar de boot gebracht. ‘Ze wilden zo snel mogelijk van ons af, dus dat ging voorspoedig’. In een ambulance ging Ida, de vrouw van Robby, waarmee hij in 1948 getrouwd was, mee.

Liggend, omdat ze al geruime tijd zwanger was. Het werd een zware reis. Robby bijna de hele weg zeeziek en Ida hoogzwanger van hun eerste kind. In het koude Nederland wachtte een opvangkamp en de nodige teleurstellingen rond formaliteiten en papieren.

Een andere teleurstelling was dat het KST in Nederland al snel werd opgeheven en niet als zelfstandig onderdeel mocht blijven bestaan. Op Koninginnedag 1950 liep het regiment zijn laatste parade en werd daarna opgeheven. Een aantal leden van het regiment mocht als instructeur meewerken aan de commando-opleiding in Roosendaal, maar toch deed het pijn. Ondanks de tegenslagen kon Robby aan de slag bij de Koninklijke Landmacht waar hij de onderofficiersopleiding mocht volgen. Het ging niet vanzelf maar uiteindelijk maakte hij een mooie carrière bij de intendance als instructeur en verzette veel werk voor de parate troepen in West-Duitsland. Aan het einde van zijn carrière behaalde hij nog verschillende diploma’s als scherpschutter op verschillende wapens. In Nederland kreeg het echtpaar Van der Star vijf kinderen en kregen een huis op de Veluwe. ‘Als ik terugkijk, hebben we het niet gek gedaan’, zegt Van der Star, als hij in 1980 met Functioneel Leeftijd Ontslag gaat. ‘Maar het is niet gemakkelijk geweest. De oorlog zit nog in m’n hoofd en ik heb jarenlang met een geladen pistool onder mijn hoofdkussen geslapen’.

De jaren tellen en het wordt minder gemakkelijk voor ons om onszelf te redden’. Ida in een rolstoel, Robby geplaagd door spierreuma. Het bezoeken van herdenkingen en bijeenkomsten wordt dan ook steeds moeilijker en ook aan de veteranendag kan ik niet meer meedoen. Het is goed dat de veteranen erkenning hebben gekregen, hoewel we er lang op hebben moeten wachten’.